Noblesse oblige

Door Barry Hoolwerf, Centrum voor Filantropische Studies, Vrije Universiteit Amsterdam

Vrijwillige bijdragen in tijd, geld en kennis van particulieren, bedrijven en fondsen vormen een steeds belangrijkere rol in een samenleving waarin van een bijdrage van de overheid niet langer voldoende of vanzelfsprekend is. Uit het tweejaarlijkse onderzoek Geven In Nederland blijkt dan Nederlandse huishoudens, bedrijven en fondsen ongeveer 5,7 miljard euro gaven voor allerlei doelen op het terrein van bijvoorbeeld gezondheid, cultuur, maatschappij, internationale hulp en sport. Nooit eerder werd er zoveel gegeven aan maatschappelijke doelen! Echter, overheid, publiek en media vragen steeds luider om een heldere verantwoording van de manier waarop de financiële middelen door organisaties worden besteedt en verkregen. Verenigingen en stichtingen worden uitgedaagd helderheid te verschaffen over missie, doelstellingen, werkwijzen. En maatschappelijke zichtbaarheid verplicht tot maatschappelijke verantwoording. Geven aan een bepaalde organisatie is geen vanzelfsprekend meer.
 
Zijn de mensen die in de filantropische sector actief zijn en die de sector besturen voldoende gekwalificeerd voor deze taak? Hoe zit het met de transparantie? Kunnen zij die verantwoording afleggen en doen zij dat ook? Zijn er codes, gedragsregels, is er duidelijkheid over de cultuur van de sector, de missie, de doelen, de resultaten? Heeft men nagedacht over de manier waarop men de doelstellingen van de organisatie realiseert en wordt het geld op een verantwoorde manier besteed en beheerd? Momenteel zijn er geen uniforme criteria waaraan binnen de filantropische sector aan moet worden voldaan.

Er is echter een ontwikkeling gaande. Steeds vaker wordt er  gekeken naar diploma’s die raakvlakken hebben met filantropie. Toch fungeren zij niet als criterium om werkzaam te zijn in de sector, noch om toe te treden tot het bestuur van een filantropisch fonds. Binnen de profielen die worden opgesteld voor nieuwe bestuurders en werknemers in de sector speelt specifieke kennis over filantropie een vaak een beperkte rol. Onderwijsinstellingen en brancheorganisaties overleggen over welke kennis noodzakelijk is binnen de verschillende profielen in de filantropische sector. In de toekomst zal daarom verwachting de rol van opleidingen in deze profielen belangrijker worden. Naar aanleiding van de deze bijeenkomsten werd in 2016 de 'Netherlands Academy of Philanthropy' opgericht. Dit samenwerkingsverband van alle hoogleraren in de Filantropie komt regelmatig bijeen met als doel om de academische wereld en de maatschappij dichter bij elkaar te brengen en om filantropie als wetenschap op de maatschappelijke agenda te krijgen. Een van de eerste initiatieven is een prijs voor de beste scriptie, die wordt geschreven over een onderwerp dat raakvlak heeft met filantropie.

Wat beïnvloedt de geefbereidheid van Nederlanders, wat beïnvloedt het vertrouwen van politici en de publieke opinie in de sector filantropie? De belangrijkste verklarende factor is niet de fiscaliteit, maar het vertrouwen in de kwaliteit en professionaliteit / integriteit en deskundigheid van filantropische organisaties. Opleidingen verdienen daarom alle aandacht. Verdere profilering en het ontwikkelen van eigen codes, werkwijzen en methoden is noodzaak. Opleidingen zijn een belangrijk onderdeel van een betrouwbare en professionele sector filantropie.

Benieuwd hoe een (post) academische opleiding op het terrein van filantropie van meerwaarde kan zijn? Op 3 oktober is er een vrijblijvende Masterclass Filantropie aan de Vrije Universiteit Amsterdam. Maak kennis met de filantropiewetenschap! Meer informatie: www.fsw.vu.nl/mcfilantropie.