Wethouders Moorman en Kukenheim op de VU om te praten over kansenongelijkheid op scholen

Maandagmiddag 18 maart bezochten wethouders Marjolein Moorman en Simone Kukenheim de VU in het kader van een werkbezoek om de samenwerking tussen de VU en de gemeente Amsterdam te intensiveren.

20-03-2019 | 11:16

De wethouders waren aanwezig om samen met de VU de mogelijkheden te onderzoeken om kansenongelijkheid in het onderwijs en in de toeloop naar de arbeidsmarkt aan te pakken door middel van een intensief samenwerkingsverband. Mirjam van Praag, voorzitter van het College van Bestuur, opende de middag, waarna de vloer werd gegeven aan vier sprekers die elk een korte pitch van tien minuten gaven. Het blok voor de pauze stond in het thema van kansenongelijkheid in het onderwijs, het tweede blok richtte zich meer op de verhouding tussen armoede en kansenongelijkheid. De algemene deler was echter: wat zijn de constateringen op het vlak van kansenongelijkheid en hoe kunnen we hier samen iets aan doen?

Laaghangend fruit
De sprekers, Iliass el Hadioui, Melanie Ehren, Maurice Crul en Henri de Groot, spraken over verschillende onderwerpen: van de kwestie waarom de ene leerling met dezelfde kansen wél hoger op ladder klimt, maar de ander niet, tot het meer moeten doen met de toetsing van leerlingen. Daarbij keek het gezelschap ook naar voorbeelden uit het buitenland, waaronder het succesvolle programma in Londen om openbare scholen meer op de kaart te zetten. Als laatste werd door Henri de Groot aangestipt wat de impact van de economie kan zijn op kansenongelijkheid. De conclusie bleek al snel dat er bijzonder veel factoren meespelen op het gebied van kansenongelijkheid. En hoewel het een flinke kluif is om ál deze factoren aan te pakken, viel op dat er veel te winnen is op bepaalde gebieden. Zoals van Praag opmerkte tijdens de bijeenkomst: “Er is veel laaghangend fruit.”
Er ontstonden tussen de pitches levendige discussies over de toekomst van onderwijs, segregatie en kansenongelijkheid. Er was een duidelijke consensus dat er iets gedaan moet worden aan deze kansenongelijkheid, maar tegelijkertijd erkenden de aanwezigen dat het geen gemakkelijke taak zou worden. Moorman en Kukenheim sloten zich daar bij aan en benadrukte de rol die het wetenschappelijke onderzoek kan spelen bij het vinden van de oplossingen. Ze benoemden daarnaast dat het wiel niet constant opnieuw zou hoeven worden uitgevonden, maar dat er meer gedaan moest worden aan de samenwerking tussen scholen. Het was die samenwerking, over grenzen, met VO’s, schoolleiders, wetenschappers en de gemeentes, die steeds weer terugkwam. Alle aanwezigen waren het namelijk over één ding stellig eens: alleen door middel van een samenwerking tussen beleidsmakers en de wetenschappelijke wereld kunnen we deze complexe uitdagingen het hoofd bieden.