Senior adviseur hiv/aids, KIT, Namibië

Werken in een ontwikkelingsland is vooral motiverend


 

 

 

Hermen Ormel, 43 jaar
Afgestudeerd in 1991
Senior adviseur hiv/aids in Namibië voor het Koninklijk Instituut voor de Tropen


Voordat ik het gezicht zie van Hermen Ormel, hoor ik zijn stem: “Hallo?” Helemaal gewend aan deze manier van communiceren zijn we duidelijk niet, want ‘hallo’ komt een paar keer voorbij voordat we overgaan tot ons gesprek. De prijs die we betalen voor een gratis belverbinding via internet, mét webcam aan Hermens kant, is dat de lijn af en toe stottert. Het digitale tijdperk.

Hermen Ormel studeerde Culturele antropologie en is nu senior adviseur hiv/aids voor het Koninklijk Instituut voor de Tropen (KIT) in Namibië. Hij zit er al vier jaar, werken in een Afrikaans land bevalt hem uitstekend. Namibië is ongeveer 25 keer zo groot als Nederland, een fors gedeelte van het land is uitgestrekte woestijn, en er wonen tien keer zo weinig mensen. Het is als laatste Afrikaanse kolonie onafhankelijk geworden, in 1990, van Zuid-Afrika. Het witte Apartheidsregime dat het land al die tijd bezet hield, heeft veel verkeerd gedaan, maar Namibië heeft er een relatief goede infrastructuur aan over gehouden.

Namibië staat in de wereldtop-vijf van landen met de hoogste hiv-besmettingsgraad. Hermen adviseert verschillende partijen op het niet-medische gebied, waaronder de dertien provinciale overheden en de leden van de hiv/aids-comités in die provincies. Dit kan gaan over de rol van politieke en traditionele leiders, over de zorg voor weeskinderen of over het opzetten van voorlichtingsprogramma’s op scholen. Ook geeft Hermen adviezen voor een betere opvang van hiv-patiënten in de publieke gezondheidszorg en oefent hij trainers die basiskennis over hiv en hiv-bestrijding overbrengen aan ambtenaren van de provincies en nationale ministeries. Voor zijn functie heeft Hermen contact met de uitvoerende organisaties van verschillende overheden, NGO’s en bedrijfsleven. Hij adviseert ook over de vertaling van beleid naar praktijk, zoals het aanbieden van behandeling aan mensen met aids en het testen van zwangere vrouwen op hiv ter bescherming van hun baby’s.

“Het is niet altijd makkelijk werken in een ontwikkelingsland. De noden zijn hoog, tenslotte gaat het elke dag om vele mensenlevens, maar niet iedereen heeft dezelfde sense of urgency. De beschikbare middelen zijn beperkt, ook qua capaciteit van staf en organisatie. Zeker voor een land waar zwarten tot 17 jaar geleden geen toegang tot hoger onderwijs hadden. En dat is meteen de reden dat ik hier ben: capaciteitsopbouw. Ik ben hier to make a difference, zij het op beperkte schaal; je moet bescheiden blijven in je doelen, anders ligt frustratie al te gemakkelijk op de loer.  Ik vind dat motiverend: professioneel een interessante uitdaging.”

Over aids zegt Hermen: “Het is geen puur gezondheidsprobleem, meer een ontwikkelingsprobleem. Mensen lijken soms te denken dat gratis condooms uitdelen het probleem zal oplossen, maar er komt veel meer bij kijken. Een ontzettend belangrijke factor zijn genderverhoudingen. Als vrouwen niet het recht hebben, of de macht, om te bepalen dat er een condoom gebruikt wordt, zijn gratis condooms alléén volstrekt onvoldoende om hiv/aids te bestrijden.”

Tijdens zijn studie was al duidelijk dat Hermen de ontwikkelingskant op wilde. Hij deed de specialisatie Ontwikkelingsbeleid en deed de bijvakken Agrarische Economie/Economische Antropologie en Projectbeoordeling bij Economie en Medische Antropologie aan de UvA. Om vooral ook veel werkervaring op te doen heeft hij een stage die normaal drie maanden hoort te duren, uitgerekt tot een jaar door zich uit te schrijven aan de universiteit. Voor deze stage deed hij onderzoek naar de basisgezondheidszorg in Peru: op papier lijkt het allemaal zo mooi, maar in de praktijk wil het maar niet lukken. Wat gaat er mis in de vertaalslag van  beleid naar uitvoering? Hiervoor interviewde hij bestuurders, gezondheidswerkers en ook traditionele genezers. Dit leidde uiteindelijk tot zijn scriptie. Tijdens het schrijven van zijn scriptie liep hij nog twee stages, in Nederland (bij DGIS) en in Costa Rica. “Het is voor je latere loopbaan erg belangrijk dat je werkervaring opdoet. Zodra je weet welke kant je op wilt, kan je het beste al tijdens je studie proberen relevant werk te doen. Door stages, bijbanen, of zoals ik door er een jaar tussenuit te gaan. Toekomstige werkgevers zien dan dat je je kennis niet alleen uit boeken hebt.”

In zijn huidige baan ziet Hermen zeker nog aspecten terug van de studie Culturele antropologie. Hij heeft dan ook vanaf het begin zijn keuzes afgestemd op een baan in het ontwikkelingswezen. Bovendien heeft hij na zijn studie de postdoctorale opleiding Master of Public Health gedaan bij het KIT. Via deze opleiding kwam hij in contact met het KIT als organisatie, maar ook de inhoudelijke kennis heeft hem gebracht waar hij nu zit. “Je studeert af, maar je bent nooit klaar. Blijf jezelf prikkelen.”

Marieke Kolkman, april 2007