Home > Studenten > Premasterclasses > Organisatiewetenschappen > Doelstelling en eindtermen

Doelstelling en eindtermen

Doelstelling

De premasterclass organisatiewetenschappen (OW) vormt de theoretische en methodologische grondslag voor het volgen van de masteropleidingen BCO en COM.

Eindtermen

Studenten die de premasterclass OW met goed gevolg hebben afgerond, hebben – deels afhankelijk van hun keuze binnen het programma - kennis van en inzicht in begrippen en theorieën over de volgende probleemvelden en thema’s: organisatiestructuur en -cultuur; groepsprocessen; machts- en beïnvloedingsprocessen; leiderschap; organisatieverandering en –ontwikkeling; betekenisgeving van medewerkers; communicatie; maatschappelijke inbedding van organisaties; strategieontwikkeling; de betekenis van sociale netwerken voor organisaties. Zij hebben bovendien enige kennis van actuele beleidsproblemen op het gebied van strategie en beleid, communicatie en organisatie.

Zij geven bovendien blijk van kennis van:

  • verschillende grondvormen van onderzoek;
  • centrale problemen bij het ontwerpen van empirisch onderzoek en van de functies van een onderzoeksontwerp voor het verrichten van wetenschappelijk onderzoek;
  • verschillende technieken van materiaalverzameling en -analyse, en enig inzicht in kenmerken, gebruiksmogelijkheden en beperkingen van deze technieken.

Zij zijn in staat:

  • een onderzoeksontwerp te ontwikkelen en te verantwoorden;
  • zelfstandig primaire of secundaire theoretische geschriften op te sporen, te bestuderen, samen te vatten en te becommentariëren;
  • geschikte theorieën te selecteren voor een beredeneerde analyse van organisatie-, strategie- , cultuur- of communicatieproblemen;
  • op basis van meerdere theorieën een theoretisch raamwerk of model te construeren;
  • op een theoretisch raamwerk gebaseerde (werk)hypothesen op te stellen en te verantwoorden;
  • in het kader van een gekozen probleemstelling en grondvorm van onderzoek een beredeneerde keuze te maken voor een te hanteren onderzoekmethodiek
  • een vragenlijst te ontwikkelen voor een half gestructureerd interview of voor een survey;
  • bij een gekozen waarnemingstechniek of -technieken een adequate analysetechniek of -technieken te kiezen en te verantwoorden;
  • onder begeleiding en in groepsverband gegevens te verzamelen en te ordenen;
  • vanuit empirische gegevens te reflecteren op geselecteerde theorieën;
  • helder mondeling en schriftelijk te rapporteren over eigen theoretische ideeën en onderzoeksbevindingen alsmede het werk van anderen;
  • op correcte wijze bronnen te citeren en naar bronnen te verwijzen;

Zij geven voorts blijk van een kritische attitude ten opzichte van bestudeerde theorieën, en resultaten van eigen werk en het werk van anderen.

© Copyright Vrije Universiteit Amsterdam

spamfuik@vu.nl