Doelstelling en eindtermen
Doelstelling
De masteropleiding Bestuurskunde beoogt studenten op te leiden tot academisch gevormde bestuurskundigen, die in staat zijn verschillende (staf)functies te vervullen in organisaties in en rondom het openbaar bestuur, dan wel te opereren als zelfstandig bestuurskundig onderzoeker of adviseur. Zij beschikken over het vermogen om complexe situaties en opgaven op het terrein van bestuur en organisatie te analyseren en te adviseren omtrent te volgen handelwijzen. Zij hebben daarbij oog voor de politieke en maatschappelijke context waarin het openbaar bestuur functioneert. Zij zijn in staat om de resultaten van sociaal-wetenschappelijk onderzoek te beoordelen en om zelf onderzoek op te zetten en uit te voeren.Eindtermen
De eindtermen van de masteropleiding Bestuurskunde zijn, onderverdeeld naar kennis, vaardigheden en attitude, de volgende:
Kennis
Beschikken over kennis van recente benaderingen, inzichten en theorieën met betrekking tot vraagstukken van beleid en organisatie in de publieke sector, in het bijzonder met betrekking tot:
- de institutionele vormgeving van het openbaar bestuur, daarbij inbegrepen de relatie tussen het Nederlands openbaar bestuur en de Europese Unie;
- vraagstukken van ethiek en integriteit in het openbaar bestuur, daaronder begrepen kennis over het management van integriteit;
- vraagstukken van besturing van de samenleving, waaronder begrepen de verdeling van taken en verantwoordelijkheden tussen publieke, semi-publieke en private sector, en moderne technieken van beleidsvoering, alsmede het management van overheidsorganisaties;
- methoden en technieken van bestuurskundig onderzoek, waaronder mede begrepen methoden van diagnose, advisering, interventie en verandering van overheidsorganisaties.
Vaardigheden
Vaardigheden in het kunnen onderscheiden en toepassen van verschillende theoretische benaderingen en methoden op vraagstukken van beleid en organisatie in de publieke sector:
- in staat zijn tot kritische reflectie op verschillende theoretische benaderingen;
- in staat zijn tot integratie van empirische, normatieve en actiegerichte beschouwingen;
- het zelfstandig kunnen opzetten, uitvoeren en op heldere wijze rapporteren van een onderzoek naar een vraagstuk van beleid en organisatie in de context van het openbaar bestuur;
- het kunnen toepassen van methoden en technieken van bestuurskundig onderzoek, daaronder mede begrepen methoden van diagnose, advisering, interventie en verandering van overheidsorganisaties;
- in staat zijn kritisch te reflecteren op de resultaten van eigen onderzoek en deze te relateren aan theoretische debatten binnen de discipline.
Attitude
Het blijk geven van een attitude die eruit bestaat:
- een onafhankelijke, kritische opstelling in te nemen ten opzichte van bestaande theoretische benaderingen en bestaande kennis;
- open te staan voor en te zoeken naar nieuwe, originele en creatieve invalshoeken voor bestaande vraagstukken en oplossingen;
- te beschikken over een consistente set aan normen en waarden met betrekking tot de uitoefening van wetenschappelijke en professionele activiteiten.

