Afscheidslezing prof.dr. Hans van den Heuvel
Fatsoenlijk en onbaatzuchtig besturen
Donderdag 26 april 2007
In zijn afscheidscollege behandelt van der Heuvel de vraag hoe in vroeger tijden corruptie, fraude en belangenverstrengeling in het openbaar bestuur werden beoordeeld. Zo vond de Nederlandse arts en schrijver Bernard Mandeville (1670-1733) dat particuliere ondeugden publieke weldaden opleveren. Hij bedoelde ermee dat een politicus zijn eigen ondeugden zoals bedrog en hebzucht, mits hij het wat handig en verstandig aanpakt, tot voordeel van de samenleving kan laten strekken.
Ziet de wereld er vandaag de dag wezenlijk anders uit? In de tijd van Mandeville sprak men van cliëntelisme, patronage en contracten van correspondentie waarmee de bestuurlijke baantjes onder de regentenfamilies werden verdeeld en waarmee men elkaar voordeeltjes toeschoof. Tegenwoordig gebeurt hetzelfde; invloedrijke overheidsfuncties – Raad van State, commissaris van de koningin, burgemeester van een grote stad, voorzitter van de Eerste en van de Tweede Kamer, het voorzitterschap van talrijke zelfstandige bestuursorganen - worden onder politieke partijen verdeeld.
Moderne patronage bestaat ook. Bewindslieden weten maar al te vaak de eigen politieke coterie te vinden, zodat belangrijke ambtelijke functies, openbare ambten en adviesbaantjes aan partijgenoten worden vergeven zonder dat er een advertentie in de krant verschijnt of dat er democratische verantwoording over wordt afgelegd. En klassenjustitie is evenmin geheel uitgebannen, want in de Lockheed-affaire werd met grote terughoudendheid en met veel schroom hoofdrolspeler prins Bernhard met zijn omkoopgedrag aangepakt.Kortom, genoeg stof tot nadenken, want kennelijk geldt vandaag de dag nog steeds: wie appelen vaart, die appelen eet.
Prof.dr. Hans van den Heuvel was als hoogleraar Beleidswetenschap, verbonden aan de afdeling bestuur en organisatie, VU.

