Dr. Ingrid Wakkee
Ondernemerschap bestuderen is net zo leuk als het zelf doen
Het bestuderen van ondernemerschap is net zo leuk als het zelf doen, ontdekte Ingrid Wakkee tijdens haar onderzoeksstage naar het regionaal ondernemersklimaat in Slovenië. En dat is dan ook wat ze nu doet. Het onderwijs over ondernemerschap is populair, de gelijknamige minor die dit jaar startte, zat binnen de kortste keren vol. Wat maakt ondernemerschap nou zo leuk om te onderzoeken?
“Toen ik voor mijn stage in Slovenië was, heb ik een half jaar de kans gehad in het onderwerp ondernemerschap te duiken en te onderzoeken wat het is, wat je ervoor nodig hebt en wat maakt dat de een wel gaat ondernemen en de ander niet,” vertelt Ingrid Wakkee. “De voorbereidingen voor de toetreding tot de EU waren toen in volle gang en er werden allerlei instituties voor ondernemers opgezet. Er waren veel ideeën en er ging ook veel mis. Die processen bestuderen, bleek ik echt heel leuk te vinden.”
Wat Wakkee vooral fascineert zijn de eerste vijf jaar van bedrijven die bezig zijn tot stand te komen. “Een ondernemer of team herkent een kans en creëert daar dan een organisatie bij om waarde te kunnen genereren. Dat proces interesseert mij.” Tijdens haar promotie-onderzoek volgde ze een ‘high-tech starter’die was opgericht door een oud-student van de Universiteit Twente en een consultant van MacKenzie. Die ontwikkelden geluidssensoren – een soort microfoons die zo groot zijn als een speldenknopje – om richting en intensiteit van geluid te meten. Binnen twee jaar waren ze actief in 35 landen. Zowel om hun producten te testen, als om ze te verkopen en te produceren. Wakkee onderzoekt wat de rol is van sociale netwerken in het opstartproces van een bedrijf.
Succes
Het sociale netwerk kan bepalend zijn in het succes van een nieuwe onderneming. Dat geldt voor zowel ondernemingen die nieuw worden opgezet als ondernemers die na een faillissement weer opnieuw willen beginnen. Die laatste bestudeert ze met haar studenten. Wakkee: “Een ex-gefailleerde moet vele stigma’s overwinnen, want in Nederland betekent faillissement falen. Niet alleen is het moeilijk daarna weer krediet te krijgen bij banken, ook de naaste omgeving kan het vertrouwen hebben verloren.”
Het succes van die ondernemers blijkt zeer afhankelijk van hoe open ze zijn geweest tegenover hun sociale netwerk tijdens het failliet gaan. “Een van de studenten vergeleek een succesvol herintredend ondernemer (‘renascent entrepeneur’) met een bij wie de nieuwe onderneming niet wilde lukken,” vertelt Wakkee. “Het verschil was dat de succesvolle ondernemer ten tijde van zijn eerdere faillissement heel open was geweest, zijn sociale netwerk erbij betrok, terwijl de andere ondernemer niet om hulp wilde vragen. Die brak daarmee zijn banden door en ook zijn persoonlijke kring verloor het vertrouwen in zijn ondernemerskwaliteiten.”
Zeekraal
Marktgedreven sociaal ondernemerschap is een ander thema dat Wakkee interesseert. Ze vertelt over een organisatie in Eritrea die begon met zeekraal te produceren om zeewater te filteren. Door de zeekraal werd het zeewater schoner en minder zout, waardoor het geschikt werd om garnalen in te kweken. Dat water werd weer doorgeleid voor andere productieprocessen en de producten werden ook geëxporteerd naar het buitenland. Dat zorgde voor veel werkgelegenheid voor de lokale bevolking en leidde tot aandacht voor scholing, een betere infrastructuur en een betere gezondheidszorg. “Wat ik ook vooral bijzonder vond, was dat ze van over de hele wereld wetenschappers uitnodigden om bij hen onderzoek te komen doen. Ze vroegen daarvoor een bijdrage en verdienden zo dus niet alleen met de verkoop van hun producten,” aldus Wakkee.
Dat is ware ondernemerschap in wetenschappelijke termen. In het dagelijks leven is een ondernemer iemand met een eigen bedrijf, maar dat is wetenschappelijk gezien niet relevant. Iemand kan een eigen bedrijf hebben en vooral bezig zijn met wat hij kan bereiken met de middelen die hij heeft. Het gaat Wakkee om de mensen die kansen zien en daar juist de middelen bij zoeken om die kansen uit te buiten.
“Ondernemerschap vind ik echt een onderwerp om vanuit de sociale wetenschappen te bestuderen ,” beantwoordt ze de vraag of het niet ook een economisch onderwerp is. “Natuurlijk is er een economische basis voor het ontstaan van kansen in de markt, maar ik vind de facetten die niet met de financiële kant te maken hebben veel interessanter. Hoe komt het dat er kansen ontstaan en wat is de rol van sociale netwerken daarbij? Wat bepaalt of iemand doorgaat? Slechts een zeer klein deel van de ondernemers laat zich bij de beslissing om te starten of door te gaan leiden door winstmarges.”
Wakkee doet ook toegepaster onderzoek om kennisvragen van ondernemers op te lossen. Ze vindt dat je als ondernemerschapsonderzoeker ook wel moet zoeken naar het praktische nut van je onderzoeksresultaten. Haar eigen vragen zijn dan misschien fundamenteler en gaan over de aard van een kans en hoe een ondernemer beslist hoe die kans te exploiteren, en over het verklaren van de dynamiek van enerzijds de strategische acties van individuen en teams en anderzijds de reactie daarop vanuit het veld (potentiële klanten, concurrenten, banken), toch komt er uit elke studie wel een lijstje van tien punten die relevant zijn voor de ondernemerspraktijk. “Toch doe ik geen onderzoek om meneer Jansen van advies te voorzien,” waarschuwt ze. “En de minor ondernemerschap is geen stoomcursus ‘hoe begin ik mijn eigen bedrijf’.”
Tekst: Marieke Kolkman, medewerker communicatie FSW, 23 september 2008
Foto: Helen Couwenberg
