Prof. dr. Willem Trommel
Het moderniseringstrauma van de overheid
Interview met de hoogleraar beleids- en bestuurswetenschap Willem Trommel
Je bent op een feest en ziet het bakje pinda’s wel erg snel leeg raken. Wat doe je dan? Je loopt er snel heen om nog een handje te nemen voordat de anderen het bakje hebben leeggegraaid. Met diezelfde gulzigheid reageert de overheid op de modernisering van de samenleving, volgens hoogleraar beleids- en bestuurswetenschap Willem Trommel van de Vrije Universiteit. “Het geloof in de maakbare samenleving verliest aan kracht en de overheid beantwoordt dat door te gaan interveniëren in alle aspecten van het individuele leven die wel eens zouden kunnen leiden tot schade voor de publieke zaak”, beweerde hij in zijn oratie op donderdag 17 september 2009.
In de verzorgingsstaat heb je als burger rechten: als jou iets overkomt, krijg je compensatie. Als vorm van nazorg heb je recht op een uitkering en word je financieel gecompenseerd voor de schade zodat je bestaanszekerheid hebt. De new welfare-staat is de reactie op het verlies van het verzorgingsstaatideaal. Daarin is volgens Trommel veel meer nadruk op voorzorg. “Als iemand onvoldoende investeert in zijn opleiding wordt hij een keer werkloos”, vertelt hij op zijn werkkamer. “Dus de overheid gaat zorgen dat mensen hard hun best doen op opleidingen.”
“Het is bijna een reflexmatige reactie van de overheid”, zegt Trommel. “We gaan steeds meer kijken naar individuele levenslopen en levensstijlen en hoe die al dan niet passen bij een natie die vooruit wil komen in een globaliserende samenleving.” Die reactie van de overheid noemt Trommel een moderniseringstrauma en hij ziet die in drie vormen naar voren komen.
Loyaliteit opwekken
Behalve new welfare is er new public management. Daarmee reageert de overheid op het verlies van overheidsgezag. Trommel: “Omdat het gezag van de overheid niet meer vanzelfsprekend is, moet ze laten zien dat ze presteert, om zo de loyaliteit en de trouw van de burgers te versterken. Maar omdat het om de prestatie gaat, doet het er steeds minder toe wie die levert. New public management betekent dat burgers, maatschappelijke organisaties, private en commerciële organisaties worden ingezet voor de publieke zaak. Het is een uitbreiding van het leger van publieke functionarissen.”
Het derde trauma is het verlies van sociaal kapitaal. Relaties tussen mensen hebben steeds minder bindingskracht en zijn steeds minder duurzaam. Bijvoorbeeld arbeidsrelaties of nationale relaties. En het antwoord daarop is ook een soort gulzigheid, aldus Trommel. “Dat noem ik new social governance, een poging een samenleving te maken waar die niet is.” Bijvoorbeeld een nationale identiteit smeden of probleemwijken aanwijzen om allerlei partijen gedwongen te laten samenwerken om problemen op te lossen.
Pathologische gulzigheid
Trommel windt zich op over de gulzigheid van de overheid. “De overheid doet aan hygiënisch denken. Er mag geen ongerief zijn, geen problemen en veiligheidsrisico’s moeten heel snel worden weggenomen. Dat noem ik een pathologie. Het is een bestuurlijke stoornis omdat het leidt tot slecht bestuur.” Hij schetst een beeld van een eindsituatie waarin er bestuurlijk apparaat moet zijn dat de individuele levensgeschiedenis van alle burgers volgt en monitort. Uiteindelijk leidt het ertoe dat de bestuurlijke lichamen aan overgewicht gaan lijden.
Wat is de oplossing? Het bestuur moet bescheidener worden in het stellen van doelen, want het wekt alleen maar frustratie als die niet gehaald worden. Iets meer ironie en correctief vermogen zijn ook welkom. Om de overheid dat zelfbesef bij te brengen is volgens Trommel de taak van de wetenschap. “Dat is Foucault, met wie ik me al tijdens mijn afstuderen bezighield: macht en kennis zijn onlosmakelijk in hun ontwikkeling met elkaar verbonden.”
