Prof.dr. Thijl Sunier
Radicalisering is niet het enige
“De islam wordt bestudeerd aan de hand van problemen met integratie: radicalisering, criminaliteit, de positie van vrouwen. Want dat is relevant voor het beleid. Maar we moeten de horizon verbreden. Een onderzoeker die zich alleen maar richt op wat er verkeerd is, heeft uiteindelijk veel minder recht van spreken over waar dingen moeten veranderen.”
De antropoloog Thijl Sunier, hoogleraar islam in Europa aan de Vrije Universiteit, vindt dat er in het onderzoek naar de islam in onze westerse samenleving te veel gekeken wordt naar integratie van moslims en de problemen die daarbij spelen. In zijn werkkamer vertelt hij enthousiast dat moslimjongeren, stadswijken en islamitische leiders meer aandacht verdienen.
“Bij het onderzoek naar moslimjongeren ligt de nadruk te veel op radicalisering en te weinig op andere dingen. Er gebeurt een heleboel. Op het terrein van populaire cultuur, muziek en kleding zie je dat jonge mensen vormgeven aan de islam op een eigentijdse, nieuwe manier. Dat moet je niet alleen bekijken vanuit het idee dat dat radicaal is.” Hij noemt de rapgroep fun-da-mental uit Engeland. Op de voorkant van een van hun cd’s, All at war, zie je de sokkel van het Vrijheidsbeeld met daarop een beeld van een gevangene uit de Abu Graib-gevangenis in Bagdad: een persoon met een kap en doeken over zich heen, die met elektroden aan zijn vingers wordt gemarteld. “Uitermate provocerend. En hun teksten gaan allemaal over de jihad. Je zou dat kunnen zien als een uiting van radicalisering, en dus als gevaarlijk. Maar je kunt het ook vergelijken met de teksten van Johnny Rotten van de Sex Pistols uit de jaren zeventig, waarin hij het heeft over het fascistische regime van de Engelse koningin. Daarover wordt gezegd dat het dwarse jongerencultuur uit die tijd is. Niet leuk, maar ook niet gevaarlijk.”
Onderdompelen
Andere terreinen die ondergesneeuwd dreigen te raken door de nadruk op probleemgericht onderzoek zijn wat Sunier noemt de alledaagse islam en islamitisch leiderschap. “Bij onderzoek in wijken gaat het over problemen in die wijken: isolement van de bevolking, criminaliteit van jongeren. We hebben het idee dat die wijken van los zand aan elkaar hangen, maar dat komt omdat er geen tijd meer wordt genomen om langdurig gedegen onderzoek te doen. Wat gebeurt er in die wijken en hoe zijn gewone moslims in het dagelijks leven met de islam bezig? Om inzicht te krijgen in wat zich in een wijk afspeelt, moeten we ons er een langere periode in onderdompelen, of lange interviews afnemen en persoonlijke geschiedenissen optekenen. Onderzoek doen kost nou eenmaal meer tijd dan even een paar mensen interviewen en een rapportje schrijven.”
Islamitisch leiderschap is volgens Sunier omgeven met geheimzinnigheid. Imams en ook bekende moslims als Tariq Ramadan worden gewantrouwd, omdat niet duidelijk is aan welke kant ze staan en hoeveel invloed ze hebben. “We weten heel weinig over de rol van islamitische leiders en waar hun eventuele populariteit op gebaseerd is. Dat wordt toch makkelijk bekeken aan de hand van een nogal traditionele manier van het begrijpen van religieuze autoriteit. Dat het te maken heeft met de leer, met wát iemand vertelt en niet hóe die het vertelt. Er wordt te weinig gekeken naar wat de technieken zijn die iemand gebruikt om te overtuigen. Wat is bijvoorbeeld de rol van moderne media bij het maken van moderne leiders?”
In zijn oratie van 27 november 2009 geeft hij het voorbeeld van de imam die Verdonk de hand niet wilde schudden. Dat werd gefilmd en was onmiddellijk op het nieuws. Vervolgens wordt er een deskundige uitgenodigd, moslims wordt om een reactie gevraagd en iedereen reageert daar weer op. “Wil je iets begrijpen van hoe de islam in Nederland vorm krijgt, dan moet je dit soort incidenten analyseren. Wie praat erover, wat zijn de stemmen in het debat, waar komen die vandaan, zijn dat allemaal moslims of ook niet-moslims? Dan krijg je naar mijn mening een goed beeld over leiders.”
Duivelsversen
Sunier denkt dat het lastig is om neutraal te blijven bij zo’n politiek gevoelig onderwerp. Hij herinnert zich de Salman Rushdie-affaire van twintig jaar geleden. Khomeini sprak na Rushdies boek De duivelsversen, waarin Mohammed wordt afschilderd als een man die bezwijkt voor aardse genoegens, een fatwa over hem uit om hem te doden. Dat leidde tot grote rellen in de Westerse wereld, en ook in Nederland. “Ik heb toen een aantal keer een lezing gegeven over de fatwa en op het moment dat ik ging uitleggen waarom Khomeini het had gedaan en dat het te maken had met de binnenlandse machtsverhoudingen, reageerden mensen verontwaardigd. Als ik niet alleen maar zei dat het afzichtelijk was, in plaats van dat ik Khomeini wel kon begrijpen, was het mis.” Hij realiseerde zich dat wanneer je een podium biedt aan mensen die omstreden zijn in de samenleving, voor sommigen dan al een grens is overschreden. “Dan kun je nog maar moeilijk zeggen dat je waardevrij onderzoek doet waarbij je je buiten de politiek bevindt.”
Maar wetenschappers hebben wel de taak om hun bevindingen naar buiten te brengen. Hoewel hij vreest dat zijn onderzoek geen enorme impact heeft op hoe de samenleving aankijkt tegen de islam. “Op het moment dat het over moslims gaat, wordt er een ander register opengetrokken. Zeker bij jongeren zie je van alles uitvergroot gebeuren, het knalt er meer uit. Die spanningen kunnen bedreigend zijn, maar mij boeit die controverse. Religie kan heel goed een onderdeel zijn van een populaire verzetscultuur, dat hoort gewoon bij jongeren. Als je er met een bredere blik naar kijkt en meer verschijnselen bestudeerd, dan zal je inzicht in wat er eigenlijk gebeurt onder jongeren en religie zich verdiepen.”
door Marieke Kolkman, 27 november 2009
