Home > Onderzoek > Wetenschappers > Onderzoekers aan het woord > Prof.dr. Bert Klandermans en dr. Jacquelien van Stekelenburg

Prof. Bert Klandermans en dr. Jacquelien van Stekelenburg krijgen Europese subsidie

Demonstreren omdat je boos bent

Sociologen krijgen subsidie om in verschillende landen demonstraties te onderzoeken

Waarom demonstreren mensen? Mijn veronderstelling dat ze dat doen met een ideale samenleving voor ogen, wordt vriendelijk maar kordaat door de twee sociologen van onze tafel geveegd.

Door Marieke Kolkman

“Meestal gaan mensen de straat op omdat hun zekerheden worden bedreigd, of gewoon om te laten zien dat ze boos zijn,” reageert Bert Klandermans, hoogleraar Sociologie en decaan van de Faculteit der Sociale Wetenschappen, op mijn veronderstelling dat mensen protesteren om een stapje dichterbij een ideale samenleving te komen. “Ze hebben misschien wel een soort beeld van de ideale samenleving, maar dat is hooguit op een vage manier gerelateerd aan het concrete onderwerp waarvoor ze gaan demonstreren.”

De andere socioloog aan tafel is docent en post-doc Jaquelien van Stekelenburg. “Ik moet denken aan de demonstraties tegen de inval in Gaza,” zegt ze. “In verschillende plaatsen gingen moslims de straat op omdat een aantal duizend kilometer verderop andere moslims in hun ogen onrecht wordt aangedaan.”

Europees protesteren
Scholierenprotest in december 2007Klandermans en Van Stekelenburg onderzoeken demonstraties. Ze bestuderen wie de mensen zijn die de straat op gaan, waarom ze dat doen en hoe ze zijn gemobiliseerd. Eind 2007 begaf Van Stekelenburg zich bijvoorbeeld met een groepje studenten tussen de protesterende scholieren op het Museumplein. Die demonstratie was georganiseerd door het Landelijke Aktie Komitee Scholieren en die wilde ze vergelijken met de spontane protesten die eerder die week langs de scholen gingen. De scholieren waren daarvoor op een hele nieuwe manier gemobiliseerd, via sms-jes en msn, en dat vond de socioloog interessant genoeg om tussen de rookbommen te gaan staan.

Het demonstratieonderzoek heeft nu een nieuwe impuls gekregen, want de twee FSW’ers hebben in maart een subsidie van bijna €2 miljoen binnengehaald van de European Science Foundation, de Europese NWO, voor een grootschalige Europese studie. In vijf andere Europese landen gaan ze ook demonstraties onderzoeken, waardoor er nog een vierde element aan hun vraagstelling kan worden toegevoegd: Welke contextfactoren beïnvloeden wie er gaat demonstreren, waarom men de straat op gaat en hoe men is gemobiliseerd?

“Er is best veel onderzoek gedaan naar demonstraties,” zegt Klandermans, “maar altijd van enkele gevallen. Wij gaan meer dan tachtig demonstraties van verschillende aard bestuderen in verschillende landen. Met zoveel data kun je bijna een oneindig aantal vergelijkingen maken.” Naast Nederland zijn ook België, Groot-Brittannië, Spanje, Zweden en Zwitserland van de partij. Bij elke demonstratie gaan de onderzoekers de menigte in om korte interviews af te nemen, de demonstranten vragenlijsten mee te geven en allerlei contextuele informatie te verzamelen, zoals hoeveel politie aanwezig is en of het regende. Van Stekelenburg is van plan een poule van eerste- en tweedejaars bachelorstudenten op te zetten die bij demonstraties in Nederland mee kunnen. Helaas wordt het onderzoek in de andere landen uitgevoerd door wetenschappers en studenten ter plekke.

Van Stekelenburg: “Omdat het onderzoek wordt uitgezet in zes Europese landen kunnen we ook kijken welke invloed de politiek en de bestuurlijke inrichting van de samenleving hebben.” In Frankrijk wordt bijvoorbeeld veel meer gedemonstreerd dan in Nederland en dat kan komen doordat het politieke systeem in Nederland opener is. Je kunt hier gemakkelijk toegang krijgen tot politici en ambtenaren, terwijl dat in Frankrijk veel moeilijker is. Klandermans oppert dat daardoor in Frankrijk de traditie is ontstaan dat je luidruchtig aanwezig moet zijn als je gehoord wilt worden.

Overal anders
“Ik vertel altijd graag hoe demonstreren in Parijs gaat,” lacht hij. “Zoals je weet bestaat de stad uit arrondissementen en elk weekend worden die in segmenten opgedeeld. Dan krijg je een segment toegewezen voor je demonstratie, waar je verzamelt. De demonstratie loopt daar dan vandaan en tien meter daarachter komt de stadsreiniging die de boel weer schoon veegt. Een uurtje later is niet meer te zien dat er is gedemonstreerd.”

Frankrijk is niet officieel een van de landen die meedoen in het onderzoek, maar er zijn gesprekken om het land wel te laten meedoen voor eigen rekening. Ook de VS en Italië stappen misschien zelf in. De sociologen hopen uiteindelijk zoveel mogelijk landen te kunnen toevoegen aan het onderzoek om beter inzicht te krijgen in contextuele factoren.

In het onderzoek werken de sociologen samen met collega’s in andere landen, waaronder ook sociaal-psychologen en politicologen. Die combinatie maakt het volgens Van Stekelenburg mogelijk om te kijken naar wat invloed heeft op wie daar uiteindelijk op straat staan. Politicologen kunnen een goede beschrijving geven van het verschil tussen landen en sociaal-psychologen zijn goed in het analyseren van de motivaties, identiteit en emoties van de demonstranten. Ze somt op: “Hoe is het overal geregeld met sociale bewegingen en organisaties? Wat zijn de overeenkomsten en verschillen tussen de demonstraties en wie zijn de demonstranten? Om al die lagen te kunnen bestuderen, moeten we samenwerken. En het is ook nog eens heel leuk.”

Sociaal netwerk
Demonstratie tegen Irakoorlog in LondenDe aanleiding voor het grootschalige Europese demonstratieonderzoek zijn de studies van de Belgische Stefaan Walgrave en Joris Verhulst naar de demonstraties tegen de oorlog in Irak op 15 februari 2003. Zij vroegen destijds collega’s in zeven andere landen om data te verzamelen tijdens en over die protesten en daardoor ontstond er een netwerk van onderzoekers. Dat netwerk was van doorslaggevend belang bij de strijd om de Europese subsidie. Dus het gaat niet alleen om het schrijven van een goed onderzoeksvoorstel. Met de subsidie kan nu in elk deelnemend land een promovendus aangesteld worden en ook masterstudenten kunnen hun thesis schrijven binnen het project.

Klandermans: “Achteraf gezien hebben we een goed moment uitgekozen voor ons onderzoek. Vanwege de economische crisis zullen de komende tijd veel groepen de straat op gaan om hun rechten te verdedigen. Uitekeringsgerechtigden, jongeren, universitair docenten, het kan allemaal.” Van Stekelenburg voegt daar nog aan toe dat ze hun onderzoek snel op poten moeten zetten, omdat de vakbonden vaak rond de voorjaars- en najaarsoverleggen met het kabinet en werkgeversorganisaties demonstraties organiseren.

Of ze dat dan toch niet doen om de samenleving te bewegen in de richting van hun ideaal, volhard ik nog even. Dat kan, geven de sociologen toe. Maar wat het effect van een protest nou eigenlijk is, is niet goed vast te stellen, want je kunt nooit weten hoe het was geweest als er niet gedemonstreerd was. “In de jaren tachtig demonstreerden veel mensen tegen de plaatsing van de kruisraketten,” vertelt Klandermans. “Die raketten zijn uiteindelijk niet geplaatst, maar of dat door de demonstraties kwam, daarover waren de meningen verdeeld.” Misschien was het dankzij de demonstraties dat de kruisraketten er niet kwamen, maar aan de andere kant waren er ook mensen die zeiden dat de plaatsing veel sneller afgewend had kunnen worden als al die protesten er niet waren geweest.

De sociologen lijkt een ideale samenleving sowieso eigenlijk maar saai. Alles blijft zoals het is, iedereen verdient wat hij nu verdient en alles is heel rustig en kalm. Dan blijft er toch niks over om te onderzoeken.



Bron van foto 'Demonstratie tegen Irakoorlog in Londen': www.punkinscience.org

© Copyright Vrije Universiteit Amsterdam

spamfuik@vu.nl