Prof. dr. Peter Groenewegen
Falen van organisaties. Een sociale-netwerkbenadering
Het NASA-ruimteveer Challenger ontplofte in 1986 direct na de lancering, waarbij alle zeven inzittenden om het leven kwamen. De wereld was door de live-uitzending op tv getuige van een schokkend falen van een organisatie die geen fouten zou moeten kunnen maken. Tragisch genoeg doet zich in 2003 een nieuw ongeval voor met een ruimteveer. Terugkerend naar de aarde valt de Columbia in haar weg door de dampkring uiteen. Beide gebeurtenissen zijn terug te voeren op technische mankementen, maar de onderliggende oorzaak is NASA’s slechte functioneren als organisatie.
Functioneren van organisaties onder druk
Prof. dr. Peter Groenewegen bestudeert het functioneren en falen van organisaties en neemt NASA als voorbeeld voor zijn rede van dinsdag 29 januari in het kader van het aanvaarden van zijn hoogleraarsbenoeming in de Organisatiewetenschap.
Groenewegen is vooral geïnteresseerd in organisaties die onder druk staan. Tijdsdruk voegt een extra factor toe aan het functioneren van een organisatie en in onderzoek naar het falen ervan. De verklaring van falende organisaties zoekt Groenewegen binnen drie domeinen: de institutionele omgeving, de organisatie en de werkprocessen. Daarbij moeten niet alleen de domeinen zelf bestudeerd worden, maar ook vooral de interacties ertussen.
1-1-2-Meldkamers
Groenewegen richt zich in zijn onderzoek onder andere op de Nederlandse 1-1-2-meldkamers. Deze zijn op verschillende plaatsen in Nederland anders georganiseerd. De politiek geldt voor de meldkamers als de institutionele omgeving, de organisatie zelf is zeer complex vanwege de combinatie van politie, brandweer en ambulance die vanuit verschillende overheden worden aangestuurd, en de processen op de meldkamerwerkvloer verschillen per discipline. Aan de hand van de theorie van sociale netwerken onderzoekt Groenewegen de interactie binnen en tussen deze domeinen.
Sociale-netwerkbenadering
In sociale netwerken worden de relaties tussen mensen in de organisatie weergegeven en de patronen die deze relaties laten zien. Aan deze patronen van verbindingen kunnen eigenschappen worden toegekend waardoor een ‘wegenkaart’ van communicatie- of interactienetwerken ontstaat. Door te kijken naar de communicatiestructuur tussen en binnen de drie domeinen, naar de processen van coördinatie en naar de sociale interactie, wil Groenewegen onderzoeken hoe de samenwerking binnen meldkamers wordt beïnvloedt door lokale oplossingen voor communicatie, coördinatie en samenwerking en wat daarin de rol is van technologie.
Psychologie in de sociale-netwerktheorie
Wat Groenewegen daarbij voor ogen staat is een benadering die sociale-netwerktheorie combineert met psychologische methodologie en theorie. Sociale-netwerktheorie kan goed de 'wegenkaart' ontleden, maar is minder sterk in het analyseren van dynamische interacties waarbij structuur en eigenschappen in de tijd veranderen. Psychologische methoden en theorieën kunnen hierbij uitkomst bieden.
Ook wordt samengewerkt met communicatiewetenschap en exacte wetenschappen in het Netwerk Instituut aan de VU. Door voortschreidende technologie kunnen nieuwe methoden worden toegepast om fundamentele vragen te onderzoeken. Op grote schaal kan nu, via bijvoorbeeld grote databases met tekstbestanden en waarnemingen, in het onderzoek naar netwerken en het falen van organisaties gekeken worden naar de rol van cognitieve processen in het effect van netwerken op het handelen in een organisatie.
Met de resultaten van Groenwegens onderzoek komen we zo dichterbij een beeld van hoe handelen in en door organisaties plaatsvindt.
door Marieke Kolkman, medewerker communicatie FSW, 4 februari 2008
