Home > Onderzoek > Wetenschappers > Onderzoekers aan het woord > Prof. dr. Jenny Gierveld

Prof. dr. Jenny Gierveld

Een gevoel van gemis dat komt en gaat


Het overlijden van je partner, spanningen in je gezinsleven, een fysieke beperking of faalangst. Eenzaamheid kan veel verschillende oorzaken hebben. De pionier in het onderzoek naar eenzaamheid in Nederland is de socioloog Jenny Gierveld. ‘We zien dat in de meeste gevallen eenzaamheid vanzelf weer verdwijnt.’


Jenny GierveldOude mensen zijn niet zo eenzaam als gedacht. Ze zijn veel zelfstandiger dan Nederlanders vermoeden, en hebben vaker seks. Dat zijn de resultaten van een onderzoek naar de beeldvorming van ouderen die het Centrum voor Ouderenonderzoek van de VU begin 2008 uitvoerde in samenwerking met de Volkskrant. Jenny Gierveld, emeritus hoogleraar sociologie aan dezelfde universiteit, ontdekte al eerder dat de eenzaamsten in Nederland niet de ouderen zijn, maar de gescheiden mensen van rond de 45. ‘Dat is best begrijpelijk,’ merkt ze op in haar kleine, sierlijke kamer in het Haagse Nederlands Interdisciplinair Demografisch Instituut. Maar ze moet toegeven dat het in eerste instantie wel een verrassend resultaat was.

‘Het is een wijdverbreide misvatting dat eenzaamheid vooral voorkomt onder de oudste mensen,’ zegt Gierveld (1938). ‘De eenzaamste Nederlanders, die tussen de 35 en 60 jaar, hebben vaak te maken met spanningen in hun gezinsleven, door een veeleisende baan en opgroeiende kinderen. Vooral bij die mensen loopt een flink aantal huwelijken op de klippen. Dat je dan eenzaam wordt, is niet zo verwonderlijk. Je raakt de persoon kwijt met wie je jarenlang je dagelijkse problemen hebt gedeeld en door al je andere verantwoordelijkheden heb je ’s avonds weinig puf om ook nog je sociale contacten te onderhouden.’

Gierveld stond aan de wieg van het onderzoek naar eenzaamheid in Nederland. Haar fascinatie voor het onderwerp begon in de jaren zestig tijdens haar promotieonderzoek. De discriminatie van nooit gehuwde mensen wilde ze in kaart brengen, waarvoor ze zeshonderd interviews afnam bij ongehuwde en gehuwde mensen. ‘Het beeld dat in de samenleving bestond van ongehuwden was dat ze onaf waren,’ vertelt ze. ‘En bij het interviewen bleek dat zij dat zelf deels hadden overgenomen. Wat vrij sterk naar voren kwam in mijn onderzoek was de eenzaamheid van deze mensen. Een ongehuwde vrouw werd in die tijd niet gemakkelijk uitgenodigd door koppels om op een verjaardag te komen, ze had vooral contact met andere ongetrouwde vrouwen. Sinds ik er zo mee in aanraking kwam, is het verschijnsel eenzaamheid me blijven intrigeren.’

In de jaren tachtig ontwikkelde Gierveld met haar studenten een instrument om het verschijnsel eenzaamheid te onderzoeken via een sociologische enquête, de eenzaamheidsschaal. Het is een lijst van elf van uitspraken zoals ‘Ik mis een echt goede vriend of vriendin’, die beantwoord moeten worden met ‘nee’, ‘min of meer’ of ‘ja’. Tegenwoordig zitten die in een aantal grote nationale en internationale sociologische onderzoeken. Elke drie tot vijf jaar worden de enquêtes aan dezelfde personen voorgelegd, zodat over langere tijd kan worden nagegaan hoe persoonlijke en maatschappelijke veranderingen iemands leven bepalen.

Gezondheid
Een van die onderzoeken is de Longitudinal Aging Study Amsterdam bij de VU. De studie is gestart in 1992 en richt zich op mensen van 55 jaar en ouder. Veel deelnemers zijn inmiddels zeven keer ondervraagd. De mate van eenzaamheid blijkt zeer afhankelijk van de omstandigheden in iemands leven, zoals bijvoorbeeld de gezondheid van de partner.

Gierveld: ‘Een mevrouw van midden zeventig heeft een ernstig zieke man en we zien dat haar eenzaamheid toeneemt naarmate ze langer voor hem zorgt. Ze heeft door het zorgen minder tijd om bij te praten met haar zussen en kennissen. Op het moment dat haar partner overlijdt, voelt ze zich ontzettend eenzaam. In de periode daarna zien we dat langzaam weer verminderen. Haar zussen nodigen haar uit op de koffie en ze wordt door de buren meegenomen naar de kerk. Zo komt ze terug in haar sociale leven zoals het eruit zag voordat haar man ziek werd. Na drie jaar is haar eenzaamheid al een heel eind afgenomen. Het is nog niet helemaal weg, maar zeker niet zo erg als vlak na het overlijden. Deels lost het dus vanzelf op, deels door de inzet van de mensen om haar heen.’

Een vergelijkend onderzoek naar oudere mensen in de Nederlandse samenleving loopt bij het Demografisch Insituut in Den Haag, waar Gierveld een onderzoeksaanstelling heeft. Daarnaast is de eenzaamheidsschaal ook opgenomen in een Canadees onderzoek naar sterk afgezonderde dorpsgemeenschappen, en in het internationale ‘Generations and Gender’-programma van de Verenigde Naties. ‘In Japan of Bulgarije bestaan andere ideeën over hulp en ondersteuning van familieleden en het leven is er anders dan in Nederland. Met dit onderzoek kunnen we eenzaamheid daaraan koppelen en nagaan of het in verschillende landen hetzelfde verschijnsel is,’ licht ze enthousiast toe.

Na ruim drie decennia onderzoek naar eenzaamheid neemt Gierveld het verschijnsel in Nederland onder de loep in het boek Zicht op eenzaamheid, dat ze samen met Theo van Tilburg van de VU redigeerde en dat in september 2007 uitkwam. Daarin worden onder andere verschillende oorzaken van eenzaamheid behandeld. Het maakt bijvoorbeeld uit hoe je zelf denkt dat je leven eruit zou moeten zien. ‘Vrouwenbladen geven het idee dat je hartsvriendinnen hoort te hebben, maar heel veel vrouwen hebben dat helemaal niet,’ aldus Gierveld. ‘Als je wel die standaard voor jezelf aanhoudt, zul je het als een gemis ervaren om geen hartsvriendin te hebben.’

Maatschappij
Eenzaamheid is bij de meeste mensen een tijdelijk verschijnsel, het komt en het gaat, afhankelijk van de omstandigheden. Langdurig eenzame mensen hebben volgens de socioloog vaak problemen met contact leggen met anderen en kunnen moeilijk vriendschappen onderhouden. Om de eenzaamheid te lijf te gaan, is het vereist dat mensen zich zelf inzetten. Vrijwilligerswerk gaan doen dat iets bijdraagt aan de maatschappij blijkt bijvoorbeeld een hele positieve uitwerking te hebben.

Oudere mensen kunnen terecht bij allerlei organisaties die vriendendiensten aanbieden of activiteiten organiseren. Voor hulpverleners en vrijwilligers van zulke organisaties, die te maken krijgen met eenzame mensen, geeft Gierveld lezingen door het hele land. ‘Ik leg uit wat eenzaamheid is, waar het mee verband houdt en wat het verschil is tussen alleen zijn en eenzaamheid. Mijn kennis probeer ik handen en voeten te geven in de praktijk zodat de mensen die bijvoorbeeld bij hun patiënten eenzaamheid tegenkomen er wat mee kunnen.’

Voor haarzelf staat de passie voor het onderzoek voorop. Of ze nog nieuwe ideeën heeft? Genoeg. ‘Tien jaar geleden ontdekte ik dat er onder oudere alleenstaanden veel LAT-relaties voorkomen. Die mensen heb ik daar toen over geïnterviewd, en nu na tien jaar krijg ik de kans dat weer te doen. Daardoor kan ik uitzoeken welke mensen hun LAT-relatie in stand hebben gehouden en welke uit elkaar zijn of alsnog zijn gaan samenwonen. Vragen over LAT-relaties zitten ook in het onderzoek van het VN-programma, dus het krijgt ook meteen een internationaal gezicht.’ Gierveld heeft sinds haar pensioneren bij de VU een onderzoeksaanstelling bij het Demografisch Instituut in Den Haag. ‘Andere mensen doen graag kruiswoordraadsels, ik doe gewoon graag onderzoek.’

door Marieke Kolkman, 19 mei 2008

© Copyright Vrije Universiteit Amsterdam

spamfuik@vu.nl