De islam strippen van Marokkaanse tradities

de Koning

Martijn de Koning (SCA) onderzocht de gewone Marokkaans-Nederlandse jongere en vond een zoektocht naar de zuivere islam.

Promotie donderdag 17 april 2008
Promotor: Prof. A. Droogers
Co-promotor: Dr. E. Bartels





“Het lijkt in het maatschappelijke debat over de islam wel alsof alle moslims 24 uur per dag bezig zijn met de islam. Maar als ze iets niet doen, is het dat wel.” Dat zegt Martijn de Koning (SCA), die donderdag 17 april 2008 promoveerde op zijn onderzoek naar hoe Marokkaans-Nederlandse jongeren omgaan met de islam. “Als voorbeeld noem ik vaak een van de jongens die ik volgde in mijn onderzoek. Hij hamerde heel erg op het belang van op tijd bidden. Maar als het gebed iets voor achten was, ging hij toch liever met zijn zus Goede Tijden Slechte Tijden kijken. En van inhalen op een later tijdstip kwam het meestal niet.”

De Koning bezocht van 1999 tot 2005 bijna dagelijks de Nour-moskee in Gouda. Daar volgde hij Marokkaans-Nederlandse jongeren in de leeftijd van twaalf tot achttien om te onderzoeken wat de islam voor ze betekent. Hij ontdekte dat ze die actief proberen te ontdoen van Marokkaanse tradities. Dat noemt hij in zijn proefschrift de zoektocht naar de zuivere islam. “De meisjes zeggen bijvoorbeeld dat de ondergeschikte positie van de vrouw zoals ze die bij hun ouders zien, onderdeel is van de Marokkaanse traditie. Dat is niet de zuivere islam. En ze kunnen zich daarvoor op redelijk wat islamitische bronnen beroepen.” Deels zetten de jongeren zich daarmee af tegen hun ouders, deels is het een proces waar bijna iedere jonge generatie mee te maken krijgt, dat je de religie enigszins moet herdefiniëren om die te passen in de nieuwe tijd.

Handig instrument
Het argument van de zuivere islam wordt volgens De Koning voornamelijk gebruikt om de eigen positie te verbeteren. Niet alleen de meisjes doen dat. “De jongens vinden dat het volgens de zuivere islam toch ook niet de bedoeling is dat vrouwen zomaar overal gaan werken”, vertelt hij. “Vrouwen moeten thuis blijven om voor de kinderen te zorgen.” Maar ondanks die ideeën erkennen veel jongens dat hun toekomstige vrouw echt niet zo’n positie zal hebben als hun moeder. “Sommige zien dat als iets dat niet haalbaar is, veel willen het ook niet.”

De Koning vertelt dat de jongeren precies willen weten hoe het zit in de islam. “En dan geen millimeter naar links en geen millimeter naar rechts.” Is iets toegestaan of is het verboden? Ze stellen vragen aan de imam of aan anderen die in hun ogen een autoriteit voor de islam zijn. En ze zijn heel actief op internet. Op allerlei sites wordt gediscussieerd over onderwerpen die belangrijk zijn in hun dagelijks leven. Van het nieuws van de dag tot en met seks en islam. Zo richten ze voor zichzelf de islam in.

“Natuurlijk zijn ze daar niet helemaal vrij in”, voegt De Koning toe. “Een moslimmeisje kan zelf wel vinden dat een hoofddoek niet per se bij de islam hoort, maar dan krijgt ze vragen van niet-moslims die denken dat het verplicht is. En haar ouders en leeftijdsgenoten vinden eigenlijk ook dat een hoofddoek erbij hoort. Ze moet dan compromissen sluiten met zichzelf en met anderen. Wat voor islam daar dan uitkomt, dat is het onderwerp van mijn proefschrift.”

Radicaal
Zijn "Zoeken naar de 'zuivere' islam. Geloofsbeleving en identiteitsconstructie van jonge Marokkaans-Nederlandse moslims in Nederland" gaat over gewone moslimjongeren, niet over de jongeren die overlast veroorzaken of extremistisch zijn en die in de media voorbij komen. Maar hij behandelt de radicale islam wel. Hij legt uit dat die radicalisering het best te begrijpen is door naar de thema’s te kijken die leven onder de hele Marokkaans-Nederlandse jeugd. “Radicalisering heeft zijn wortels in de alledaagse maatschappij. Ook de niet-radicale moslimjongeren zijn bezig met wat mag en wat niet mag in de islam en hoe ze dat het beste kunnen inpassen in hun leven van school, zaterdagbaantjes en sport. Maar zij identificeren zich niet met de mensen die uiteindelijk overgaan tot geweld. Volgens de meeste jongeren uit mijn onderzoek in Gouda hebben die de islam niet goed begrepen.”

In zijn vervolgonderzoek, waarvoor hij een aanstelling heeft bij het ISIM (International Institute for the Study of Islam in the Modern World) in Leiden, bestudeert De Koning salafistische groepen in Nederland. Die radicale poot van de islam is sinds 2000 in opkomst in ons land en richt zich specifiek op jongeren. In lezingen en op websites gaan de salafisten in op kwesties waar jongeren mee te maken hebben, dit in tegenstelling tot de meeste Marokkaanse moskeeën. Ze beweren terug te keren naar de bronnen van de islam, in de tijd van de profeet Mohammed, toen de islam nog niet was aangetast door cultuur. “Op veel jongeren komt die claim behoorlijk geloofwaardig over,” aldus De Koning. “In hun zoektocht naar een moslimidentiteit zonder Marokkaanse tradities ontstond een vraag naar een andere islam. De salafisten leveren het aanbod. Maar zodra opdringerige types komen met strikte kledingvoorschriften, of dat je je tanden moet poetsen met een houtje, omdat in de tijd van Mohammed nog geen tandenborstels waren, haken de meeste af. Veel te overdreven.”

Moslim en Nederlander
De Koning doet in zijn proefschrift bewust geen aanbevelingen over hoe we de radicalisering en de integratieproblematiek moeten aanpakken. “Dan beweeg ik me te veel richting de politiek.” Maar hij wil wel zeggen dat het funest is om overal de islam bij te halen. Toen hij begon met zijn onderzoek in 1999 zochten de jongeren hun identiteit ook al in de islam, om de tegenstellingen tussen de Marokkaanse en de Nederlandse cultuur te kunnen overstijgen. Maar er is wel wat veranderd sinds in de afgelopen zes jaar. “Er is een tegenstelling bijgekomen. De jongeren hebben heel sterk het gevoel dat je niet tegelijk moslim en Nederlander kunt zijn. Bovendien praten niet-moslims mee over de islam, en hun invulling is veel negatiever dan die van de moslimjongeren zelf. Dan mis je een gedeelde basis van waaruit je in debat kunt gaan of compromissen kunt sluiten.”

De zoektocht van De Koning naar de manier waarop moslimjongeren religieus zijn, vertelt van binnenuit hoe ze in de Nederlandse samenleving staan. Dat daar ook de nodige humor bij komt kijken, blijkt wel na de voetbalwedstrijd Jong Oranje-Jong Marokko van vorig jaar. “Die liep flink uit de hand met ordinaire voetbalrellen volgens goede Nederlandse traditie. Een half uur na de wedstrijd had een jongen op Marokko.nl al een lijstje vragen opgesteld die Geert Wilders kon gaan stellen in de Tweede Kamer. En hij zat er niet eens zo ver naast.”

 

door Marieke Kolkman, medewerker communicatie FSW, 16 april 2008

© Copyright Vrije Universiteit Amsterdam

spamfuik@vu.nl