Hoe zit de samenleving in elkaar en hoe kun je daarin zelf een rol vervullen?

Adri Kemps, 52 jaar
Afgestudeerd in 1983
Directeur van het Centraal Bureau Fondsenwerving

foto Martine Albitrouw

“Allereerst ben ik Economie gaan studeren aan de Erasmus Universiteit in Rotterdam. Ik was toen nog maar zeventien en na een paar maanden realiseerde ik me dat dit niet de studieomgeving was die bij mij paste. Politicologie aan de VU combineerde mijn belangstelling voor internationale vraagstukken, vrede en veiligheid, en manieren om de samenleving via maatschappelijke organisaties te beïnvloeden. Ik wilde me graag in de internationale samenleving nuttig kunnen maken.

“Je kon in de jaren ‘70 ook Politicologie studeren in Nijmegen en aan de Universiteit van Amsterdam, maar daar waren veel stakingen, bezettingen en conflicten met de hoogleraren. Ik heb met veel plezier  aan de VU gestudeerd. Ik richtte me vooral op Internationale Betrekkingen en Bestuurskunde. Polticologie was een brede opleiding en dat sprak mij aan.

“De eerste twee jaar heb ik primair gestudeerd en mijn kandidaats gehaald, zoals dat toen heette. Daarna ben ik naast mijn studie bewust veel vrijwilligerswerk en betaald werk gaan doen, zodat ik er uiteindelijk acht jaar over deed. Mijn studie richtte ik op Amnesty International, waar ik stage liep, mijn scriptie schreef en vrijwilliger was. Amnesty International werkte toen met de adoptietechniek voor politieke gevangenen: per land zette een groep leden zich in voor de amnestie van drie politieke gevangenen. Het brieven schrijven voor deze politieke gevangenen was hier een onderdeel van. Voor mijn scriptie onderzocht ik de doelmatigheid van deze actietechniek.

“Politicologie gaat over beïnvloeding van machtscentra met name van overheden. Ik heb me altijd gericht op NGO’s, een sector die vroeger weinig aandacht kreeg in de studie. Toen mijn partner ontwikkelingswerk wilde doen, zijn we naar Nicaragua gegaan. Daar heb ik ontwikkelingsprojecten helpen organiseren.  Ik ben bijvoorbeeld regio-vertegenwoordiger van de ontwikkelingsorganisatie SNV geweest en heb als manager nationale onderhoudsdiensten van ziekenhuisapparatuur gereorganiseerd tot meer zelfstandige bedrijven. Ik had hierbij veel contact met technici, en mijn taak was het onderhoud te organiseren, zodat ziekenhuizen en gezondheidsposten goed konden functioneren. Dit was in de jaren tachtig toen er in Nicaragua een revolutie en oorlog aan de gang waren, met een verdeelde bevolking en militaire inmenging door de VS. Ik hield me dus bezig met structuur, cultuur en internationale betrekkingen. Hierbij heb ik aan Politicologie veel gehad: het ging namelijk om participatie en communicatie in een gepolariseerde samenleving waar mensen zich bedreigd wisten. Deze ervaringen en mijn studie kon ik goed gebruiken toen ik in de jaren negentig directeur was van Amnesty International in Nederland. Om slachtoffers van politieke vervolging te helpen en schendingen van mensenrechten te voorkomen wilde ik lokale mensenrechtenactivisten steunen en de daders van  schendingen doen berechten. Verzoening in een samenleving vergt waarheidsvinding en veelal ook berechting. Om effectief te kunnen zijn vond ik het belangrijk dat Amnesty steun zocht bij o.a. jongeren, politie, militairen en het bedrijfsleven.

“Het Centraal Bureau Fondsenwerving (CBF), waar ik nu directeur van ben, houdt toezicht op de goede doelenorganisaties. We geven informatie en door het CBF-Keur dragen we bij aan de versterking van de civil society. We toetsen o.a. de onafhankelijkheid van bestuur, elementen van de kwaliteit van de bedrijfsvoering en de verantwoording van NGO’s. Het publiek geeft vertrouwen aan een goede doelenorganisatie, het CBF-keur voor goede doelen ondersteunt dit vertrouwen. Het werk bij het CBF is mijn manier om een idealistische doelstelling concreet vorm te geven in de samenleving.

“Politicologie is een goede opleiding, maar had één handicap als je de studie in de huidige tijd plaatst. In die tijd werd ons geleerd ideeën uit te dragen in woorden, denk aan beleidsnota’s. Maar niet alles is terug leiden tot teksten. Door technologische en culturele ontwikkelingen zijn beelden steeds belangrijker geworden. Dit is een belangrijk aspect dat ik niet vanuit mijn opleiding heb meegekregen. Misschien is dat nu anders.

“Tegen studenten van nu zal ik niet zeggen dat ze het zo moeten doen zoals ik: vrijwilligerswerk en studeren tegelijk, ook omdat we nu in andere tijden leven. Ik wil wel zeggen dat het bij je studiekeuze belangrijk is ook de omgeving van je opleiding en je medestudenten te gebruiken voor je eigen vorming. Ik heb in de eerste jaren van mijn studie veel geleerd van medestudenten: gelijkgestemden en andersdenkenden. Dit is stimulerend geweest en belangrijk voor mijn beeldvorming. Laat dit ook meespelen in je studiekeuze.”

© Copyright Vrije Universiteit Amsterdam

spamfuik@vu.nl