Home > Alumni > Alumni aan het werk > COM'ers > Organisatieadviseur en interim-manager

Organisatieadviseur en interim-manager

Ik heb één passie in mijn beroepsleven: de kwaliteit van de dienstverlening

Hans Kraaijeveld, 57 jaar
Afgestudeerd in 1993

Organisatieadviseur en interim-manager in de cultuursector en overheid

foto Martine Albitrouw 

“Bij adviezen voor verbeteringen in organisaties wordt meestal gekeken naar de structuur van de organisatie. Juist door de opleiding Cultuur, organisatie en management (COM) leer je vanuit de antropologie kijken naar een organisatie. Het gaat om de medewerkers. Een organogram wordt vaak getekend met de directeur bovenaan en de medewerkers onderaan. Ik zie dat precies andersom: de medewerkers staan als het ware op het podium de voorstelling te geven en de stafleden staan backstage, die zorgen voor de ondersteuning.” De kwaliteit van de interactie tussen medewerker en cliënt is sterk van invloed op het oordeel over de organisatie. Per slot van rekening dient elke organisatie haar bestaansrecht te ontlenen aan haar toegevoegde waarde en de kwaliteit van de diensten die zij levert."

Hans Kraaijeveld is COM gaan studeren toen hij 40 was. “Dit was eigenlijk een groot voordeel. Ik had al vele jaren werkervaring en had ook een fulltime baan naast de studie. Daardoor kon ik de theoretische achtergrond die ik opdeed in de studie meteen toepassen op praktische situaties.

"In 1993 heb ik de studie COM afgerond. Na mijn studie heb ik onmiddellijk gemerkt hoeveel meerwaarde een academische titel heeft. Tijdens de opleiding was ik inspecteur zorg, daarna werd ik hoofd organisatieadvies. Het advieswerk beviel me, maar de bijkomstigheid dat je zoveel in de file moest staan vond ik erg zwaar wegen. Wat ik in deze functie en later als directeur onmisbaar vond was een gedegen theoretische kennis van organisaties en verhoudingen tussen mensen in een organisatie. Dat is zeker de waarde van de opleiding COM.

“Voordat ik COM ging studeren heb ik een groot deel van mijn loopbaan in het onderwijs gezeten. Eerst in het basisonderwijs in Amsterdam, daarna als schoolhoofd in Krommenie. Ik had de kweekschool gedaan, en later de middel- en hoger managementopleiding. Daarna als inspecteur zorg merkte ik dat ik meer wilde. Een studie waar ik ook aan heb gedacht is arbeids- en organisatiepsychologie, maar de invalshoek van COM, om vanuit de antropologie naar organisaties te kijken, vond ik erg leuk. De opleiding bracht heel veel nieuwe perspectieven.

"Neem bijvoorbeeld mijn vorige functie als directeur van het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ). Dit is een Nederlandse overheidsinstelling die de aard en de omvang beoordeelt van de zorg die mensen nodig hebben. In deze organisatie werden aanvankelijk ambtenaren vanuit gemeentelijke organisaties en mensen uit de zorg in één organisatie samengebracht.. De eerste groep had een andere betrokkenheid bij cliënten, was erg naar binnen gericht. De tweede groep komt bij de mensen thuis, heeft een andere attitude en ziet de uitwerking van het beleid en is zodoende veel meer naar buiten gericht. Als directeur had ik de taak deze mensen bij elkaar te houden en de neuzen dezelfde kant op te krijgen. Omdat het twee totaal verschillende groepen zijn, was dit een uitdaging. Ook hierbij bleek de opleiding een belangrijke meerwaarde te hebben, aangezien je een organisatie vanuit meerdere perspectieven kunt analyseren.

“Sinds januari 2007 ben ik niet meer werkzaam bij het CIZ. Ik heb mijn baan opgezegd en ben voor mezelf begonnen in de theaterbranche. Dit is een veel luchtiger branche dan de zorg. Dat is een ongekende weelde. Je beleeft ontzettend veel plezier aan je inzet. Ik heb eerst een theater in Den Bosch, dat vrij snel was gegroeid, organisatieadvies gegeven. Nu ben ik interim-manager bij het theater in Weert, Limburg. Uiteindelijk hoop ik langs deze weg nog directeur te worden van een theater. Als je 57 bent en uit de zorg komt, moet je soms andere wegen bewandelen om nog een doel te realiseren. Ik ben van 1971 tot en met 2006 altijd in loondienst geweest, en hoewel ik niet per se zelfstandige wil blijven, bevalt dit me prima. Voor het eerst sinds mijn studeren draai ik geen weken meer van 60 tot 70 uur. Ik moet wel even wennen aan mijn nieuwe ritme, maar iets meer tijd voor jezelf is wel erg lekker.”

© Copyright Vrije Universiteit Amsterdam

spamfuik@vu.nl